Klussen

Bitumen dak isoleren: zo pak je het slim aan

Een bitumen dak isoleren is goed mogelijk, ook als er al een bestaande dakopbouw ligt. Je kunt isolatie aanbrengen aan de binnenkant (vanuit de ruimte eronder), aan de buitenkant (bovenop het dak) of als combinatie van beide. Welke aanpak het beste werkt, hangt af van je situatie: hoe het dak nu is opgebouwd, hoeveel ruimte je hebt en wat je budget is.

Hoe is een bitumen dak opgebouwd?

Een plat dak met bitumen bestaat meestal uit een draagconstructie (hout of beton), een laag isolatiemateriaal, een damprem of dampscherm en de bitumenlagen zelf als waterdichte afdichting. Bij oudere daken ontbreekt de isolatielaag soms helemaal, of is die te dun voor de huidige normen. Soms zit er een zogenoemde geïsoleerde dakplaat in de constructie, een sandwichpaneel met isolatie erin verwerkt. Dat betekent niet automatisch dat de isolatiewaarde voldoende is.

De Rc-waarde (warmteweerstand) van een dak geeft aan hoe goed het isoleert. Een hogere Rc-waarde betekent betere isolatie. Het Bouwbesluit stelt voor nieuwe daken een Rc van minimaal 6,0 m²K/W. Bij bestaande daken die worden gerenoveerd ligt de eis doorgaans lager, maar voor energiebesparing loont het de moeite om zo dicht mogelijk bij die waarde te komen.

Bitumen dak isoleren aan de buitenkant

De meest gebruikte methode is isoleren aan de buitenkant, bovenop de bestaande dakconstructie. Je legt dan een extra isolatieplaat op het bestaande dak en brengt daarna een nieuwe bitumenlaag aan. Dit heet ook wel een omgekeerd dak of een opbouwconstructie, afhankelijk van de volgorde van de lagen.

Bij een omgekeerd dak ligt de waterafdichting (de bitumen) onder de isolatie. De isolatieplaten (vaak XPS, ofwel geëxtrudeerd polystyreen) worden losgelegd bovenop het bitumenwerk en vastgehouden door ballastmateriaal zoals grind of tegels. Dit is een relatief eenvoudige methode zonder dat je het bestaande dak helemaal hoeft te slopen.

Bij een opbouwconstructie wordt de isolatie eerst aangebracht en daarna pas de nieuwe bitumenlaag. Dit is de meest gebruikelijke renovatiemethode. Je hebt dan de keuze uit isolatiematerialen als PIR, PUR of EPS. PIR en PUR bieden de hoogste isolatiewaarde per centimeter dikte, wat handig is als de vrije hoogte op het dak (bij parapetranden of dakramen) beperkt is.

  • PIR of PUR: hoge Rc per cm, compact, iets duurder
  • EPS: goedkoper, iets dikker voor dezelfde Rc-waarde
  • XPS: waterbestendig, geschikt voor omgekeerd dak
  • Glaswol of steenwol: minder gebruikelijk op platte daken vanwege vochtgevoeligheid

Isoleren aan de binnenkant

Als je het dak niet van buiten wilt of kunt aanpakken (bijvoorbeeld omdat het bitumen nog goed is en niet aan vervanging toe), kun je van binnenuit isoleren. Je brengt dan isolatiemateriaal aan tegen het dakbeschot of het betonnen dek, vaak afgewerkt met een damprem en een nieuwe plafondafwerking.

Nadeel van binnensisolatie is dat je de dauwpuntproblematiek goed moet oplossen. Als warme binnenlucht door de constructie trekt en condenseert, ontstaat er vocht in de dakopbouw. Een goed aangebrachte dampremfolie is daarvoor onmisbaar. Laat dit bij twijfel berekenen door een bouwkundige, want een fout hier kan leiden tot houtrot of schimmelvorming in de constructie.

Binnensisolatie verlaagt ook de vrije hoogte van de ruimte eronder. Bij een beperkte plafondhoogte kan dat vervelend uitpakken. Zeker als je al een laag plafond hebt, is buitenisolatie vaak de betere keuze.

Combinatie van binnen- en buitenisolatie

In sommige gevallen is een combinatie slim. Stel dat je aan de buitenkant beperkte ruimte hebt vanwege de parapetranden, maar toch een hogere Rc wilt halen. Dan kun je een dunne laag buiten aanbrengen en aanvullen met isolatie aan de binnenkant. Zorg dan wel voor een goede berekening van het dauwpunt, zodat de lagen goed op elkaar aansluiten.

Wanneer de bestaande lagen verwijderen?

Als het bestaande dak meerdere lagen bitumen heeft en die zijn slecht of te zwaar, is het verstandig om ze eerst te verwijderen voordat je isoleert. Elke extra laag bitumen voegt gewicht toe aan de constructie. Een draagconstructie van hout heeft een maximale belasting, en een te zwaar dak kan problemen geven. Laat bij twijfel de draagkracht controleren.

Is het bestaande bitumen nog in goede staat, dan kun je daarop verder bouwen. In dat geval plak of schroef je de nieuwe isolatieplaten vast en breng je daarna de nieuwe afdichtingslaag aan. Veel dakdekkers werken met een mechanische bevestiging voor de isolatie en een gesmolten of zelfklevende bitumenlaag bovenop.

Praktische aandachtspunten

  • Dakdoorvoeren en randafwerkingen: bij het optrekken van het dakpakket moeten schoorstenen, ventilatiepijpen en dakranden mee omhoog. Vergeet dit niet in te calculeren.
  • Dakoverstekken: controleer of er voldoende overstekdiepte overblijft na het verhogen van het dakpakket.
  • Vergunning: voor het verhogen van een dak is soms een omgevingsvergunning nodig, afhankelijk van de gemeente en de hoogte van de wijziging.
  • Subsidie: via het Nationaal Warmtefonds of de ISDE-regeling (Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing) kun je mogelijk subsidie of een lening aanvragen voor dakrenovatie met isolatie.

Een bitumen dak beter isoleren is bijna altijd te realiseren, of je nu van buiten, van binnen of allebei werkt. De keuze hangt af van de staat van je huidige dak, de beschikbare hoogte en je budget. Bij twijfel over de constructie of het dauwpunt is een gesprek met een dakdekker of bouwkundige geen overbodige luxe: een fout in de opbouw is later veel duurder te herstellen dan vooraf goed te laten berekenen.

Gerelateerde artikelen

Back to top button